AMMIANUS MARCELLINUS

"Res Gestae"

HISTORIËN

Romeinse geschiedschrijver (ca. 330 - na 392)

 

BOEK XIV

  1. De wreedheid van caesar Gallus
  2. Invallen van de Isauriërs
  3. Een opzet van de Perzen mislukt
  4. Invallen van de Saracenen. Hun gewoonten
  5. Volgelingen van Magnentius gefolterd
  6. Verdorvenheid van de senaat en het volk van Rome
  7. De onmenselijke wreedheden van caesar Gallus
  8. Beschrijving van de oostelijke provincies
  9. Over caesar Constantius Gallus
  10. Constantius sluit vrede met de Alamannen die daarom vragen
  11. Caesar Constantius Gallus, door Constantius ontboden, wordt geëxecuteerd

BOEK XV

  1. Aan keizer Constantius wordt de dood van caesar Gallus gemeld
  2. Ursicinus, magister equitum in de Oriënt, Julianus, de broer van caesar Gallus, en Gorgonius, diens praepositus cubiculi, worden van hoogverraad beschuldigd
  3. Vrienden en medewerkers van caesar Gallus gestraft
  4. Een stam van de Alamannen, in de buurt van Lentia, door keizer Constantius deels vernietigd, deels verjaagd
  5. De Frank Silvanus, magister peditum in Gallië, wordt in Keulen tot keizer uitgeroepen, maar wordt op de 28e dag van zijn bewind verraderlijk omgebracht
  6. Vrienden van Silvanus worden ter dood gebracht
  7. De stadsprefect van Rome, Leontius, onderdrukt een volksoproer. Bisschop Liberius afgezet
  8. Julianus, de broer van Gallus, wordt door zijn neef, keizer Constantius, tot caesar benoemd en over Gallië aangesteld
  9. De herkomst van de Galliërs. Waarom Kelten en Galaten zo genoemd worden.
  10. En over hun geleerden
  11. Over de Gallische Alpen en de verschillende Alpenpassen
  12. Een korte beschrijving van de verschillende delen van Gallië. De loop van de Rhône
  13. Over de zeden en gewoonten van de Galliërs
  14. Het optreden van de praefectus praetorio Musonianus in de Oriënt

BOEK XVI

  1. Lofprijzing van caesar Julianus
  2. Caesar Julianus valt de Alamannen aan, doodt ze, neemt ze gevangen of verjaagt ze
  3. Caesar Julianus herovert Agrippina [Keulen] op de Franken en sluit vrede met de Frankische koningen
  4. Julianus wordt in Senonae door de Alamannen belegerd
  5. De voortreffelijke eigenschappen van caesar Julianus
  6. Arbetio, een man in de rang van consul, wordt aangeklaagd maar vrijgesproken
  7. Caesar Julianus wordt voor de keizer tegen Marcellus verdedigd door zijn praepositus cubiculi Eutherius. Lof voor Eutherius
  8. Laster en kwaadsprekerij aan het hof van Constantius. Hebzucht van de hovelingen
  9. Vredesonderhandelingen met de Perzen
  10. Triomfale intocht van Constantius in Rome
  11. Caesar Julianus valt de Alamannen aan op de eilanden in de Rijn waar ze zich met al hun bezittingen in veiligheid hadden gebracht en herstelt Tres Tabernae
  12. Caesar Julianus bindt de strijd aan met de zeven koningen der Alamannen die Gallië belagen en verslaat de barbaren in een slag bij Argentoratus [Straatsburg]

BOEK XVII

  1. Julianus steekt de Rijn over en brandt de dorpen van de Alamannen plat. Hij herstelt een fort van keizer Trajanus en komt met de barbaren een wapenstilstand van tien maanden overeen
  2. Julianus belegert zeshonderd Franken die hadden huisgehouden in Neder Germanië. Door honger gedreven geven ze zich over
  3. Caesar Julianus zet zich in voor verzachting van de belastingdruk op de Galliërs
  4. Keizer Constantius laat in het Circus Maximus een obelisk oprichten. Over obelisken en hiërogliefen
  5. Keizer Constantius en koning Sapor onderhandelen schrifteljk en via gezanten over vrede, maar zonder succes
  6. De Juthungen, een stam van de Alamannen, die verwoestingen aanrichten in Raetië, worden door de Romeinen verslagen en op de vlucht gejaagd
  7. Nicomedia wordt door een aardbeving verwoest. Hoe aardbevingen ontstaan
  8. Caesar Julianus accepteert de overgave van de Frankische Saliërs. Hij doodt sommigen van de Chamaven, neemt anderen gevangen en laat de overigen met rust
  9. Caesar Julianus herbouwt drie door de barbaren verwoeste forten aan de Maas. Hij wordt bedreigd en beledigd door zijn soldaten, die honger lijden
  10. De koningen der Alamannen Suomarius en Hortarius geven hun krijgsgevangenen terug. Julianus sluit vrede
  11. Na deze succesvolle acties in Gallië wordt caesar Julianus aan het hof van keizer Constantius door jaloerse hovelingen belachelijk gemaakt: hij zou slap en bangelijk zijn
  12. De eens zo superieure, maar nu verdreven Sarmaten, en de Quaden, de schrik van Pannonië en Moesië, worden door Constantius gedwongen gijzelaars te leveren en hun gevangenen op te geven. Constantius hergeeft de Sarmaten de vrijheid, met verlof terug te keren naar hun stamgebied en stelt een koning over hen aan
  13. Constantius richt een bloedbad aan onder de Limiganten, de voormalige slaven van de Sarmaten en verdrijft ze uit hun woongebieden. Hij spreekt zijn soldaten toe
  14. De Romeinse vredesonderhandelaars keren onverrichter zake uit Perzië terug. Sapor blijft bij zijn eis met betrekking tot Armenië en Mesopotamië

BOEK XVIII

  1. Julianus bevordert de belangen van de Galliërs en ziet toe op de rechtshandhaving
  2. Julianus laat de vestingen langs de Rijn die hij veroverd heeft herstellen. Hij steekt de Rijn over, verwoest een vijandig deel van Alamannië en dwingt vijf koningen der Alamannen vrede te sluiten en hun gevangenen terug te geven
  3. Waarom de magister peditum Barbatio en zijn vrouw op bevel van keizer Constantius worden onthoofd
  4. De koning der Perzen, Sapor, treft voorbereidingen voor een grote aanval op de Romeinen
  5. De opperbevelhebber in de Oriënt, Ursicinus, wordt daar weggeroepen, maar wordt, als hij al in Thracië is aangekomen, teruggestuurd naar Mesopotamië. Hij laat Marcellinus de bewegingen van Sapor verkennen
  6. Sapor valt met de koningen van de Chionieten en Albanen Mesopotamië binnen. De Romeinen steken zelf hun velden in brand, drijven de bewoners van het platteland de steden in en versterken de oever van de Euphraat aan hun kant met forten
  7. Zevenhonderd Illyrische ruiters worden door de Perzen verrast en op de vlucht gejaagd. Ursicinus en Marcellinus brengen zich in verschillende richtingen in veiligheid
  8. Een beschrijving van Amida. De legioenen en eskadrons daar gelegerd
  9. Twee Romeinse forten geven zich over aan Sapor

BOEK XIX

  1. Sapor roept de inwoners van Amida op, zich over te geven, maar wordt door de verdedigers met pijlen en speren aangevallen. Als koning Grumbates nog een poging daartoe doet, wordt zijn zoon dodelijk getroffen.
  2. Amida wordt belegerd en in twee dagen tijd tweemaal door de Perzen bestormd
  3. Ursicinus stelt voor, de belegeraars ’s nachts te verrassen. Vergeefs: de magister militum Sabinianus is daar tegen
  4. In Amida breekt de pest uit, die na tien dagen door een lichte regen wordt gestopt. Over de oorzaken en soorten van besmettelijke ziekten
  5. Amida wordt zowel rond de muren als, met medewerking van een overloper, via ondergrondse gangen aangevallen
  6. Bij een uitval van de Gallische legioenen lijden de Perzen zware verliezen
  7. Torens en andere belegeringswerktuigen worden tegenover de muren van de stad opgesteld, maar door de Romeinen in brand gestoken
  8. Amida wordt aangevallen vanaf hoge, dicht bij de muren opgeworpen aarden wallen. De stad wordt bestormd. Na de inname weet Marcellinus ’s nachts te ontkomen en vlucht naar Antiochia
  9. In Amida worden sommige Romeinse aanvoerders geëxecuteerd, andere gevangen gezet. Craugasius van Nisibis loopt over omwille van zijn vrouw, die in Perzische handen is
  10. Oproer onder de bevolking van Rome. Vrees voor hongersnood
  11. De Sarmatische Limiganten bedriegen de keizer met een gehuicheld verzoek om vrede en vallen hem aan. Ze worden in een bloedig gevecht teruggeslagen
  12. Velen aangeklaagd en veroordeeld wegens majesteitsschennis
  13. De Comes Lauricius maakt een eind aan de rooftochten van de Isauriërs

BOEK XX

  1. De magister armorum Lupicinus vertrekt met een leger naar Britannië om een eind te maken aan de invallen van de Scotten en Picten
  2. De magister peditum praesentalis Ursicinus wordt verdacht gemaakt en uit de dienst ontslagen
  3. Een zonsverduistering. Over twee zonnen. Over het hoe en waarom van de zons- en maansverduistering. Over de verschillende veranderingen en gestalten van de maan
  4. Tijdens de winter in Parijs wordt caesar Julianus zijns ondanks tot Augustus uitgeroepen door de Gallische troepen die Constantius van hem opeist om in het oosten tegen de Perzen te worden ingezet
  5. Julianus spreekt de troepen toe
  6. Singara wordt door Sapor belegerd en ingenomen. Haar burgers worden met een garnizoen van twee legioenen en een hulpcorps cavalerie naar Perzië afgevoerd, waarna de stad wordt verwoest
  7. Sapor verovert de vestingstad Bezabde, die door drie legioenen verdedigd wordt. Hij herstelt de schade, legert er een garnizoen en bevoorraadt ze. Ook, maar vergeefs, valt hij de vesting Virta aan
  8. Julianus stelt keizer Constantius per brief op de hoogte van wat in Parijs gebeurd is
  9. Keizer Constantius maant Julianus tevreden te zijn met de titel van caesar, maar de Gallische troepen blijven eensgezind en onverzettelijk
  10. Julianus overvalt de zogenaamde Atthuarische Franken aan de overzijde van de Rijn. Hij doodt er velen en maakt een groot aantal gevangenen. Met de overigen sluit hij op hun verzoek vrede
  11. Constantius bestormt met heel zijn troepenmacht Bezabde, maar trekt zich onverrichter zake terug. Over de regenboog

BOEK XXI

  1. Julianus viert in Vienna zijn vijfjarig regeringsjubileum. Hoe hij voorziet dat keizer constantius spoedig zal sterven. Over de verschillende manieren om de toekomst te voorspellen
  2. Om de gunst van het volk doet Julianus zich in Vienna voor als christen en bidt op een feestdag in een kerk tot God
  3. De koning van de Alamannen, Vadomarius, verbreekt het verdrag dat hij met ons heeft, en laat overvalcommando’s grensgebieden verwoesten. De comes Libino en enkele anderen vinden de dood
  4. Naar aanleiding van een onderschepte brief laat Julianus Vadomarius tijdens een maaltijd arresteren. Hij doodt een aantal Alamannen en accepteert de overgave van anderen. Met de rest sluit hij vrede
  5. Julianus spreekt zijn soldaten toe en laat hen trouw zweren nu hij besloten is, tegen Constantius te velde te trekken
  6. Constantius neemt Faustina tot vrouw. Hij versterkt zijn leger en wint met giften de steun van de koningen van Armenië en Hiberië
  7. Constantius, in Antiochia, behoudt Africa door het optreden van de notarius Gaudentius. Zelf steekt hij de Euphraat over en trekt met zijn leger naar Edessa
  8. Na de zaken in Gallië geregeld te hebben, marcheert Julianus op in de richting van de Donau. Een deel van zijn troepen zendt hij vooruit via Italië en Raetië
  9. Taurus en Florentius, consuls en praefecti praetorio, vluchten voor de komst van Julianus, de één via Illyricum, de ander via Italië. De magister equitum Lucillianus, die Julianus het hoofd probeert te bieden, wordt gevangen genomen
  10. Julianus krijgt Sirmium, de hoofdstad van westelijk Illyricum, met het hele garnizoen in handen. Hij bezet de pas van Succi en schrijft een brief aan de senaat over Constantius
  11. Twee van Constantius’ legioenen, die in Sirmium de kant van Julianus hadden gekozen en door hem naar Gallië waren gecommandeerd, bezetten met instemmng van de burgerij Aquileia en sluiten de poorten voor de troepen van Julianus
  12. Aquileia kiest partij voor Constantius, wordt belegerd, maar geeft zich op het bericht van Constantius’ dood over aan Julianus
  13. Sapor keert met zijn leger naar huis terug, aangezien voortekenen tegen een oorlog waarschuwen. Constantius spreekt in Hierapolis zijn troepen toe vóór hij tegen Julianus te velde trekt
  14. Voortekenen van Constantius’ dood
  15. Keizer Constantius sterft te Mobsucrene in Cilicië
  16. De goede en slechte eigenschappen van keizer Constantius

BOEK XXII

  1. Beducht voor keizer Constantius houdt Julianus halt in Dacië. Hij raadpleegt heimelijk waarzeggers en schouwers van tekenen
  2. Na het vernemen van Constantius’ dood trekt Julianus op door Thracië. Zonder tegenstand te ontmoeten houdt hij zijn intocht in Constantinopel en neemt zonder slag of stoot de macht over het Romeinse rijk over
  3. Verschillende aanhangers van Constantius worden ter dood veroordeeld, sommigen terecht, anderen ten onrechte
  4. Julianus jaagt alle eunuchen, barbiers en koks uit zijn paleis. De verdorvenheid van de eunuchen aan het hof. Het verval van de militaire discipline
  5. Keizer Julianus bekent zich, niet langer in het geheim zoals vroeger, maar openlijk en zonder terughoudendheid tot de cultus van de goden. Hij zet de bisschoppen tegen elkaar op
  6. Door een list dwingt hij een aantal Egyptische chicaneurs die hem lastig vallen, naar huis terug te keren.
  7. Julianus houdt regelmatig zitting in de senaat van Constantinopel. Hij treft regelingen in Thracië en ontvangt gezantschappen van vreemde volkeren.
  8. Een beschrijving van Thracië, de Zwarte Zee, de aangrenzende gebieden en de volken die er wonen
  9. Na Constantinopel te hebben vergroot en verfraaid, reist Julianus af naar Antiochia. Onderweg schenkt hij de bevolking van Nicomedia geld voor het
  10. herstel van hun verwoeste stad en vindt hij tijd om in Ancyra recht te spreken
  11. Julianus overwintert in Antiochia en spreekt er recht. Hij discrimineert niemand vanwege zijn geloof
  12. Georgius, bisschop van Alexandria, wordt door de heidenen met twee anderen door de straten gesleept, aan stukken gescheurd en verbrand. Niemand wordt daarvoor gestraft
  13. Julianus treft voorbereidingen voor een campagne tegen de Perzen. Om de afloop daarvan te voorzien raadpleegt hij orakels en slacht hij ontelbare offerdieren. Hij verliest zich geheel in waarzeggerij en duiding van tekenen
  14. De tempel van Apollo in Daphne brandt af. Julianus geeft ten onrechte de christenen daarvan de schuld en sluit de grote kerk van Antiochia
  15. Julianus offert aan Jupiter op de berg Casius. Woedend op het volk van Antiochia schrijft hij de ‘Misopogon’
  16. Een beschrijving van Egypte, van de Nijl, de krokodil, de Ibis en de piramiden
  17. De vijf provincies van Egypte en hun beroemde steden

BOEK XXIII

  1. Een vergeefse poging van Julianus, de lang daarvóór verwoeste tempel van Jeruzalem te herbouwen
  2. Julianus vraagt Arsaces, de koning van Armenië, zich klaar te maken voor de oorlog met Perzië en steekt met zijn leger en Scythische hulptroepen de Euphraat over
  3. Tijdens zijn opmars door Mesopotamië wordt keizer Julianus door Saraceense stamhoofden een gouden kroon aangeboden. Ook beloven zij hem hulptroepen. Aankomst van een Romeinse vloot van 1100 schepen. De Euphraat wordt er door geblokkeerd
  4. Een beschrijving van belegeringswerktuigen: de ballista, de scorpio of wilde ezel, de stormram, de helepolis en de vuurfakkel
  5. Julianus steekt met zijn hele leger bij Cercusium via een schipbrug de rivier de Abora over. Toespraak tot zijn troepen
  6. Beschrijving van de achttien grootste provincies van het Perzische koninkrijk met hun steden, en van de zeden en gewoonten van hun bewoners

BOEK XXIV

  1. Julianus trekt met zijn leger Assyrië binnen. Hij ontvangt de overgave van de vesting Anatha aan de Euphraat en steekt ze in brand
  2. Na enkele vestingen en steden gepasseerd te zijn en andere, die verlaten waren, in brand te hebben gestoken, ontvangt de keizer de overgave van Pirisabora. De stad wordt in de as gelegd
  3. Keizer Julianus belooft zijn troepen als beloning voor hun moeiten honderd denariën per man. Ze wijzen die kleine gift smalend af, waarop hij ze met een kalmerende toespraak tot rede brengt
  4. De stad Maiozamalcha wordt door de Romeinen bestormd en verwoest
  5. Een door zijn natuurlijke ligging en verdedigingswerken sterke vesting wordt door de Romeinen veroverd en in de as gelegd
  6. De Perzen verliezen 2500 man tegen Julianus nauwelijks zeventig. Hij onderscheidt een groot aantal soldaten in tegenwoordigheid van het hele leger met erekransen
  7. Julianus laat zich raden tegen een belegering van Ctesiphon, beveelt in een opwelling alle schepen te verbranden en trekt zich terug van de rivier
  8. Aangezien het niet meer mogelijk is bruggen te bouwen en hij de rest van zijn troepen niet langer verwacht, besluit Julianus terug te trekken via Corduene

BOEK XXV

  1. De Perzen vallen de Romeinen op mars aan, maar worden teruggeslagen
  2. Het leger heeft te lijden van gebrek aan graan en voer voor de dieren. Julianus wordt verontrust door voortekenen
  3. De keizer werpt zich ongeharnast in de strijd om de Perzen, die ons van alle kanten belagen, terug te slaan. Hij wordt door een speer gewond en naar zijn tent gedragen. Daar spreekt hij nog met degenen die bij hem staan, drinkt wat koud water en sterft
  4. Julianus’ goede en slechte eigenschappen. Zijn voorkomen en zijn gestalte
  5. De commandant van de garde, Jovianus, wordt inderhaast tot keizer gekozen
  6. De Romeinen trekken zich haastig terug uit Perzië en worden onderweg herhaaldelijk aangevallen door Perzen en Saracenen, die ze echter onder zware verliezen van zich afslaan
  7. Door de honger en de radeloosheid van zijn troepen gedwongen, sluit Jovianus een vernederende vrede met Sapor, waarbij hij vijf provincies opgeeft, plus Nisibis en Singara
  8. De Romeinen steken de Tigris over, gedurig geplaagd door voedselgebrek, wat zij dapper verdragen, en bereiken tenslotte Mesopotamië. Keizer Jovianus regelt zo goed en zo kwaad als het gaat zaken met betrekking tot Illyricum en Gallië
  9. Bineses, een Perzische edele, ontvangt van Jovianus de onneembare stad Nisibis. Haar inwoners worden gedwongen de stad te verlaten en naar Amida te verhuizen. De vijf provincies, met de stad Singara en zestien forten worden overeenkomstig het verdrag overgeleverd aan Perzische edelen
  10. Uit vrees voor rebellie marcheert Jovianus in geforceerde marsen door Syrië, Cilicië, Cappadocië en Galatië. In Ancyra benoemt hij zichzelf en zijn minderjarige zoon tot consuls, maar sterft kort daarop onverwachts in Dadastana

BOEK XXVI

  1. Valentinianus, tribuun van de tweede schola der Scutarii, wordt in Nicea in zijn afwezigheid door de civiele magistraten en de militaire bevelhebbers met algemene stemmen tot keizer gekozen. Over de noodzaak van de schrikkeldag
  2. Valentinianus, opgeroepen uit Ancyra, komt snel naar Nicea en wordt definitief unaniem tot keizer gekozen. In het purper en gekroond met een diadeem wordt hij als Augustus begroet en houdt hij een toespraak tot de troepen
  3. Over de stadsprefectuur van Apronianus
  4. Valentinianus benoemt zijn broer Valens in Nicomedia tot tribunus stabuli, vervolgens kiest hij hem in de voorstad Hebdomum van Constantinopel met instemming van het leger tot medekeizer
  5. De keizers verdelen onderling de legers en de comites. Kort daarna aanvaarden ze, de een in Milaan, de ander in Constantinopel, hun eerste consulaat. De Alamannen verwoesten Gallië. Procopius ontketent een opstand
  6. Land van herkomst, afstamming, karakter en functies van Procopius. Zijn schuilplaatsen in de periode Jovianus. Hoe hij in Constantinopel tot keizer wordt uitgeroepen.
  7. Procopius maakt zich zonder bloedvergieten meester van Thracië. Eenheden cavalerie en infanterie, in Thracië op mars, krijgt hij met beloften aan zijn kant. De Jovii en de Victores, door Valens op hem af gestuurd, weet hij in een toespraak voor zich te winnen
  8. Nicea en Chalcedon worden ontzet; daarna valt Procopius Bithynië in handen; vervolgens, na de inname van Cyzicus, ook Hellespontus
  9. Procopius verliest zijn aanhang in Bithynië, Lycië en Phrygië. Hij wordt uitgeleverd aan Valens en onthoofd
  10. De protector Marcellus, een familielid van Procopius, en een groot aantal aanhangers van de opstandige partij worden geëxecuteerd

BOEK XXVII

  1. De Alamannen verslaan de Romeinen. De comites Charietto en Severianus sneuvelen
  2. De generaal van de cavalerie in Gallië, Jovinus, overvalt onverwachts twee troepen Alamannen. In een slag bij Catalauni verslaat hij een derde troep barbaren. Van de vijanden sneuvelen er zesduizend en worden er vierduizend gewond
  3. Over de drie stadsprefecten Symmachus, Lampadius en Viventius, en over de strijd, tijdens de prefectuur van de laatste, tussen Damasus en Ursinus om de bisschopszetel van Rome
  4. Een beschrijving van de zes provincies van Thracië met hun volken en hun fameuze steden
  5. Keizer Valens bindt de strijd aan met de Goten die Procopius tegen hem geholpen hebben en sluit daarmee na drie jaar vrede
  6. Met instemming van het leger verheft Valentinianus zijn zoon Gratianus tot Augustus. Hij maant de in het purper geklede jongeman tot dapperheid en stelt hem onder de bescherming van het leger
  7. Over de opvliegendheid, woeste neigingen en wreedheid van keizer Valentinianus
  8. De Picten, Attacotten en Scotten doden een generaal en een comes en plunderen er in Britannië op los tot de comes Theodosius hen verjaagt en hun de buit ontneemt
  9. Moorse stammen richten verwoestingen aan in Africa. Valens maakt een eind aan de rooftochten van de Isauriërs. Over de prefectuur van Praetextatus
  10. Keizer Valentinianus steekt de Rijn over. In een gevecht met voor beide partijen bloedige verliezen verslaat hij de Alamannen die hoog in de bergen hun toevlucht hebben gezocht en jaagt ze op de vlucht
  11. Over Probus, zijn hoge afkomst, rijkdom, functies en karakter
  12. De Romeinen en de Perzen betwisten elkaar Armenië en Hiberië

BOEK XXVIII

  1. Velen, zelfs senatoren en vrouwen uit senatorenfamilies worden in Rome beschuldigd van gifmengerij, ontucht en echtbreuk en met de dood gestraft
  2. Keizer Valentinianus versterkt de hele Rijnoever aan de Gallische kant met vestingen, forten en torens. De Alamannen doden Romeinen die aan de overzijde doende zijn een vesting te bouwen. Maratocuprenen die in Syrië aan het plunderen zijn geslagen, worden op bevel van keizer Valens met hun kinderen en hun dorp vernietigd
  3. Theodosius herbouwt in Britannië de door barbaren verwoeste steden, herstelt de forten en herwint de provincie Valentia
  4. Over de stadsprefectuur van Olybrius en Ampelius en over de verdorvenheid van de senaat en het volk van Rome
  5. In Gallië worden de Saksen, nadat een wapenstilstand is gesloten, door de Romeinen vanuit een hinderlaag aangevallen. Valentinianus belooft de Burgundiërs troepenhulp als ze Alamannië willen binnenvallen, maar, misleid en in de steek gelaten, doden dezen al hun gevangenen en keren naar huis terug
  6. Rampen die de provincie Tripolis en de bewoners van Lepcis en Oea treffen, veroorzaakt door de Austorianen, worden door de comes Romanus bedrieglijk voor Valentinianus geheimgehouden en blijven ongewroken

BOEK XXIX

  1. De notarius Theodorus streeft naar de heerschappij. Hij wordt in Antiochia voor Valens van hoogverraad beschuldigd en met een aantal medeplichtigen ter dood gebracht
  2. In de oostelijke provincies worden tallozen wegens magische praktijken en andere vergrijpen veroordeeld en ter dood gebracht, sommigen terecht, anderen niet.
  3. Voorbeelden van de wreedheid en meedogenloosheid van keizer Valentinianus in het westen
  4. Keizer Valentinianus steekt via een schipbrug de Rijn over, maar slaagt er door toedoen van zijn soldaten niet in, een niets vermoedende koning Macrianus te overmeesteren
  5. De Moor Firmus, een zoon van koning Nubel, die de keizer ontrouw is geworden, wordt door de magister equitum van Gallië, Theodosius, door voortdurende aanvallen uitgeput en tenslotte tot zelfmoord gedreven. In Africa wordt daardoor de rust hersteld
  6. Uit woede over de moord op hun koning Gabinius verwoesten de Quaden, met de Sarmaten, Pannonia en Valeria te vuur en te zwaard en vernietigen praktisch twee hele legioenen. Over de stadsprefectuur van Claudius

BOEK XXX

  1. De koning der Armeniërs, Papa, wordt door Valens ontboden, maar in Thyrsus, zogenaamd als eregast feitelijk gevangen gehouden. Hij ontvlucht met driehonderd landgenoten, weet wegblokkades te ontwijken en keert te paard naar zijn land terug. Niet lang daarna wordt hij tijdens een gastmaal door de dux Trajanus vermoord
  2. Keizer Valens en Sapor, de koning der Perzen, betwisten elkaar via gezanten de macht over Armenië en Hiberië
  3. Keizer Valentinianus verwoest enkele gouwen van de Alamannen, verstaat zich met hun koning en sluit vrede
  4. De praefectus praetorio Modestus brengt Valens ertoe zijn bemoeienis met de rechtspraak op te geven. Over rechtspleging, rechtsgeleerden en verschillende soorten pleiters
  5. Valentinianus vertrekt naar Illyricum om een oorlog t beginnen met de Sarmaten en de Quaden, die verwoestingen aanrichten in Pannonië. Na de Donau te zijn overgestoken, verwoest hij de gouwen van de Quaden, brandt hun dorpen plat en doodt jong en oud
  6. Valentinianus valt woedend uit tegen de gezanten van de Quaden die hun landgenoten proberen te verontschuldigen, en sterft aan een beroerte
  7. Valentinianus’ vader. Zijn daden als keizer
  8. Zijn wreedheid, hebzucht, nijd en vreesachtigheid
  9. Zijn goede eigenschappen
  10. Valentinianus, de jongste zoon van keizer Valentinianus, wordt in het kamp bij Bregetio uitgeroepen tot Augustus

BOEK XXXI

  1. Voortekenen van de dood van keizer Valens en van een nederlaag tegen de Goten
  2. Over de woonplaatsen en de zeden van de Hunnen, de Halanen en andere volken van Aziatisch Scythië
  3. De Hunnen dwingen de Halanen aan de Tanaïs [de Don] met geweld of door verdragen zich bij hen aan te sluiten. Ze overvallen de Goten en verdrijven ze uit hun woongebied
  4. Het grootste deel van de uit hun woongebied verdreven zogenaande Tervingische Goten wordt met toestemming van Valens, na gehoorzamheid beloofd en hulptroepen te hebben toegezegd, door de Romeinen overgebracht naar Thracië. Ook de Greuthungen, een ander deel van de Goten, steken op vlotten de Hister [de Donau] over, maar heimelijk
  5. De Tervingen lijden honger en gebrek en worden schandalig behandeld. Onder aanvoering van Alavivus en Fritigern vallen ze Valens af en verslaan het leger van Lupicinus
  6. Waarom de Gotische vorsten Suerides en Colias, die met hun volken door de Romeinen waren opgenomen, in opstand komen, zich na de bevolking van Hadrianopolis te hebben uitgemoord aansluiten bij Fritigern en Thracië beginnen te plunderen
  7. Profuturus, Trajanus en Richomeres leveren slag met de Goten. De strijd blijft onbeslist
  8. In de passen van het Haemusgebergte ingesloten Goten weten aan de Romeinen te ontkomen en bezoeken Thracië met moord, brand, roof en verkrachting. Ze doden de tribuun van de Scutarii, Barzimeres
  9. Gratianus’ generaal Frigeridus doodt koning Farnobius en grote aantallen Goten en Taifalen. De overigen worden gespaard en gesetteld aan de Po
  10. De Lentiënsische Alamannen lijden in een slag met de generaals van keizer Gratianus de nederlaag. Hun koning Priarius sneuvelt. Na hun overgave leveren ze Gratianus rekruten en krijgen verlof naar huis terug te keren
  11. Sebastianus overvalt bij Beroea bij verrassing de met buit beladen Goten en vernietigt ze. Slechts enkelen weten te ontkomen. Gratianus snelt zijn oom Valens tegen de Goten te hulp
  12. Valens besluit nog vóór de aankomst van Gratianus de strijd met de Goten aan te gaan
  13. De verenigde Goten, de Tervingen onder aanvoering van koning Fritigern en de Greuthungen onder aanvoering van Alatheus en Saphrax, komen in het open veld tegenover de Romeinen te staan, verslaan hun cavalerie, en jagen de onbeschermd gelaten massa infanterie met enorme verliezen op de vlucht. Valens sneuvelt, maar zijn lichaam wordt nergeens gevonden
  14. De goede en slechte eigenschappen van keizer Valens
  15. De triomferende Goten slaan een beleg om Hadrianopolis, waar Valens zijn thesaurie en keizerlijke eretekenen onder de bescherming van de prefect en de leden van zijn geheime raad had achtergelaten, maar blazen de aftocht wanneer al hun pogingen om de stad in te nemen, vruchteloos blijven
  16. De Goten werven voor goud troepen van de Hunnen en Halanen en ondernemen een vruchteloze aanval op Constantinopel. Hoe Julius, de magister equitum over het gebied achter de Taurus, de oostelijke provincies van de Goten bevrijdt